Vrijheid in keuze tussen begraven en cremeren speelt in de geschiedenis van de Facultatieve een belangrijke rol. In 1913 bouwde de Facultatieve het eerste crematorium van Nederland: Westerveld in Driehuis. De eerste crematie daar was bewust illegaal. Uit de rechtszaak volgde vrijspraak. Vanaf dat moment werd cremeren gedoogd. Het duurde nog tot 1955 voordat de wet cremeren officieel toestond.
117 jaar later: wettelijke gelijkstelling
In 1974 ontving de honderdjarige Facultatieve het predicaat ‘Koninklijk’. Een erkenning voor haar rol bij de acceptatie van cremeren in Nederland. Pas in 1991 – 117 jaar na oprichting – stelde de wet begraven en cremeren wettelijk gelijk. In 2003 was het aantal crematies in Nederland voor het eerst hoger dan het aantal begrafenissen.
Van vereniging naar fonds
In 1990 werden de zakelijke activiteiten ondergebracht in een aparte vennootschap, de Facultatieve Groep, zodat de Koninklijke Facultatieve zich volledig kon richten op haar ideële missie. Van 1997 tot en met 2004 reikte zij Aanmoedigingsprijzen uit aan begraafplaatsen die nabestaanden meer keuze boden. Daarmee werd de basis gelegd voor wat later het Aanmoedigingsfonds zou worden.
In 2013 verkocht de Koninklijke Facultatieve haar zakelijke activiteiten. Met de opbrengst werd de Stichting Aanmoedigingsfonds Facultatieve opgericht. In 2024 hief de vereniging zichzelf op en droeg zij de resterende middelen over aan de stichting.
Vrijheid in keuze
Wat altijd is gebleven is de overtuiging dat mensen vrijheid in keuze hebben. Dat ondersteunen we nog altijd met een financiële aanmoediging aan organisaties die daar werk van maken.